woensdag 23 maart 2011

Soorten Stoffen 7: Vlieseline 3

Vlieseline om vast te naaien


L 11
Omschrijving: voor lichte stoffen zoals crash en geplisseerde stoffen
Werkwijze:  vastnaaien
Kleur: wit, zwart
Breedte: 60 cm

M 12
Omschrijving: voor lichte tot middelzware stoffen zoals crash en geplisseerde stoffen
Werkwijze: vastnaaien
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 60 cm

Vlieseline banden

Vormband
Omschrijving: diagonaal geknipte band, voorkomt dat schuine en ronde randen uit de vorm raken
Werkwijze: met druk droog opstrijken, 8 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 1,2 cm

Kantenband
Omschrijving: stroken met ingewerkte lengtedraden om rechte randen te verstevingen.
Werkwijze: met druk droog opstrijken, 10 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 2 cm

Zoomfix
Omschrijving: opstrijkbare strook voor zomen
Werkwijze: vochtige doek, strijkijzer stap voor stap goed neerzetten, 10 seconden.
Kleur: /
Breedte: 3 cm

Bron: Burda (2006), Naaien is niet moeilijk. p.53

dinsdag 22 maart 2011

Soorten Stoffen 7: Vlieseline 2

Vlieseline opstrijkbare tussenvoering


H 180
Omschrijving: voor zachte, soepelvallende stoffen, bv. zijde, viscose, leer.
Werkwijze: droog opstrijken, 5 à 6x met druk langzaam over elke plaats glijden, 8 seconden.
Kleur: wit, zwart
Breedte: 60 cm

H 200
Omschrijving: voor lichte stoffen, bv. katoen, polyester, viscose
Werkwijze: droog opstrijken, 5 tot 6x met druk lanzaam over elke plaats glijden, 8 seconden.
Kleur: wit, zwart
Breedte: 60 cm

H 405
Omschrijving: voor lichte tot middelzware stoffen, bv. wol, wilde zijde, tricot
Werkwijze: vochtige doek, strijkijzer stap voor stap neerzetten, 10 à 12 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 90 cm

H 410
Omschrijving: voor lichte tot zware stoffen, bv. wol, wilde zijde.
Werkwijze: vochtige doek, strijkijzer stap voor stap neerzetten, 10 à 12 seconden.
Kleur: wit, grafiet met stabiliserende lengtedraden
Breedte: 60 cm

F 220
Omschrijving: voor lichte stoffen, die heet gewassen kunnen worden, bv. katoen.
Werkwijze: droog opstrijken, 5 à 6x met druk langzaam over elke plaats glijden, 8 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 60 cm

H 250
Omschrijving: stevige tussenvoering voor ceintuurs en knutselwerk
Werkwijze: droog opstrijken, 5 to 6x met druk langzaam over elke plaats glijden, 8 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 60 cm

H 606
Omschrijving: met spleetjes, voor elastische stoffen, in dwarsrichting heel rekbaar.
Werkwijze: vochtige doek, strijkijzer stap voor stap goed neerzetten, 10 à 12 seconden.
Kleur: wit, grafiet
Breedte: 90 cm

Bron: Burda (2006), Naaien is niet moeilijk. p.53

maandag 21 maart 2011

Soorten Stoffen 7: Vlieseline 1

Vlieseline geweven tussenvoering

G 700
Omschrijving: middelzware katoenen tussenvoering voor kleine panden van blouses en overhemden
Werkwijze: stoomstrijkijzer, 6x met stoom en druk langzaam over elke plaats glijdend opstrijken, 8 seconden.
Kleur: Wit, zwart.
Breedte: 90 cm

G740
Omschrijving: middelzware, licht opgeruwde katoenen tussenvoering voor jasjes en mantel
Werkwijze: stoomstrijkijzer, 6x met stoom en dtuk langzaam over elke plaats glijdend opstrijken, 8 ceconden.
Kleur: ecru, zwart
Breedte: 90 cm

G785
Omschrijving: heel fijne, lichte, bi-elastische tussernvoering voor blouses, jurken, transparante stoffen, lichte stoffen voor jasjes en mantels, elastische stoffen.
Werkwijze: droog opstrijken. Eerst om scheeftrekken te vermijden stap voor stap  op lage temperatuur (1 à 2 punten) even opstrijken, dan glijdend over de stof opstrijken, 8 seconden.
Kleur: wit, huidskleur, zwart
Breedte: 90 cm

Bron: Burda (2006), Naaien is niet moeilijk. p.53

woensdag 9 maart 2011

Op het (naai)menu

Het is alweer even geleden dat ik nog een van mijn eigen creaties heb laten zien. Geen stress! Dit komt omdat ik het de laatste tijd nogal druk heb en iedere keer opnieuw vergeet van foto's te maken. Ik ben niet gestopt met naaien, in tegendeel. Ondertussen heb ik al 2 Tatanne-tassen gemaakt en een 'zakelijke' jurk (B5407) afgewerkt. Nu ja zakelijk, het kan even goed een alledaagse jurk zijn. Het proefmodel is lekker fleurig en draagbaar, de uiteindelijke versie is mooi egaal rood, zoals op de foto. Nu, dat is natuurlijk niet het enige. Er ligt al een eerste model van B5376 - ook zakelijk - klaar, evenals een paar zomerse patronen. Zo is er een fris  kleedje van Burda Young (8174) dat gewoonweg roept om mijn aandacht! Deze staat als eerste op mijn 'To Do'-lijstje. Daarnaast is er ook nog Burda Young 1556 dat schreeuwt om mijn aandacht. Deze ligr al klaar om te maken van voor de zomer. Aangezien het warmer weer wordt, dacht ik, nu is het moment! Nu heb ik de tijd nog om alles te maken, dus moet ik daar gebruik van maken!

Naast deze jurkjes en het mantelpakje, wachten er nog een paar rokjes op mijn aandacht, zowel zakelijk als voor een doordeweekse dag. Uit burda 2/2011 liggen de rokken 103 A, 107 A, 128 op mij te wachten, evenals jurk 101 en 104. In de knipmode van mei 2010 vraagt jurk 18 mijn aandacht, die van oktober 2010 staat een jas (10b) op mij te wachten en last but not least is er de knipmode van november 2010. Hier vraagt rok 22 - een super makkelijk rokje - de aandacht, evenals top 19b en blouse 20.

Zo zie je maar, ik kom nog wel even toe met naaiprojecten. En er komen er nog bij! Zo heb ik onlangs mijn eerste vintage patroon gekocht. Een andere staat in de wachtrij om gekocht te worden. Voor die laatste jeuken mijn vingers gewoon om eraan te beginnen! Hoe ga ik ooit al die dingen af krijgen? En nog belangrijker, hoe krijg ik ze allemaal in mijn kast? Hoe lossen jullie die dingen op? Maken jullie alleen dingen voor jezelf of ook voor vrienden/familie/... . Of maken jullie geregeld jullie kast leeg? Want uiteindelijk steek je in ieder kledingstuk toch veel werk...

Algemene naaitermen

Hieronder vind je een aantal frequente termen die je nodig hebt om te naaien.

Doorstikken
Dit wil zeggen dat randen en naden nog een keer extra aan de goede kant gestikt worden. Het stiksel wordt meestal ca. 2mm naast de rand of nad uitgevoerd.
Als ter breedte van het stikvoetje doorgestikt wordt, dan leidt u de buitenkant van het stikvoetje naast de rand of naad die dan 5 à 7mm doorgetikt wordt.
Als het sierstiksel op een bredere afstand uitgevoerd moet worden, kunt u de geleideliniaal van uw naaimachine nemen. Sierstiksels kunnen met normaal naaigaren (enkel of dubbel) of met knoopsgatengaren uitgevoerd worden. Maak een dubbel sierstiksel met een tweelingnaald.
Er zijn verschillende manieren om door te stikken. Zo heb je het enkel stiksel, smal op de kant, dubbel stiksel en het platstikken.

Enkel stiksel: houdt de zijkant van het naaimachine voetje precies langs de naadrand. Het stiksel komt nu ongeveer 7 mm vanaf de naad/rand.
Smal op de kant: Stik 2 mm vanaf de naad/rand door.
Dubbel stiksel: Stik de naad/rand één keer smal op de kant en daarna met een enkel stiksel door.
Platstikken: Knip de naden ongelijk af. Leg daarna de naden onder het beleg of de voering. Stik het beleg of de voering smal op de kant door; hierdoor valt het beleg of de voering beter naar binnen.

Rekken
Dit kan noodzakelijk zijn om het kledingstuk in de juiste vorm te brengen. Daarbij moet een kortere rand zo ver gerekt worden, dat deze rand precies bij een langere rand past. Om de stof te rekken strijkt u de rand met het stoomstrijkijzer. Tijdens het strijken de rand tot de gewenste lengte rekken. Probeer dit eerst bij een restje stof uit.

Rimpelen
Dit wil zeggen dat een te wijd pand tot de gewenste wijdte gerimpeld wordt. Aan beide kanten van de aangegeven naadlijn een stiksel met lange steken maken. De onderdraden van de stiksels zo aantrekken, dat de rand de gewenste wijdte krijgt. De onderdraden om dwarsingestoken spelden wikkelen. De rimpels mooi verdelen. Als een gerompelde en niet-gerimpelde rand op elkaar gestikt worden, stik je altijd op de gerimpelde rand. Zo kun je steeds controleren of de rimpels netjes vastgestikt worden. Na het stikken van de naad de draden van de hulpstiksels aan de goede kant verwijderen.
Als het pand dat gerimpeld moet worden, erg breed is, dan de wijdte in meerdere stukken verdelen.

Draadrichting
De draadrichting geeft aan in welke richting de scheringdraden van de stof verlopen. De scheringdraden zijn de draden die bij het weefgetouw gespannen worden. De inslagdraden worden in dwarsrichting op deze lengtedraden verwerkt. In principe geldr: de lengtedraden van de stof komen overeen met de draadrichting van de stof. In het patroondeel op het werkblad staat de draadrichting bij een lijn of een rand aangegeven, soms met een extra pijl.
Als u het patroondeel op de stof legt, moet de draadrichting parallel aan de zelfkant van de stof verlopen.

Vleug
Bij stoffen met een pool (bv fluweel, ribfluweel, stretchfluweel, ...) liggen de haartjes van de stof in een bepaalde richting. Als u met de hand over de stof heen beweegt en er geen weerstand ontwtaat, beweegt uw hand tegen de vleug in. Ook stoffen met een opgeruwd oppervlak (bv duffel en velours) kunnen een vleugrichting hebben.
Bij stoffen met een vleug worden de patroondelen altijd in dezelfde richting op de stof gelegd.

Dubbel afwerken
Bij deze handeling worden twee panden op elkar gestikt, gekeerd en de rand meestal nog een keer extra doorgestikt. Het is de bedoeling dat de naad da de dubbele afwerking niet meer zichtbaar is. Het is heel belangrijk dat de naad smal bijgeknipt wordt, zodat deze niet naar de goede kant doordrukt: ca. 3 à 4mm breed (afhankelijk van de stof). Bij een punt (bv een V-hals) moet de naad vóór het keren tot net voor het stiksel ingeknipt worden. Rechte randen aan de binnenkant openstrijken, na het keren rijgen en nog een keer doorstikken.

Bron: Knipmode en Burda

dinsdag 8 maart 2011

Algemene Begrippen Stofknippen

Stofvouw
De vouw die ontstaat als de stof wordt dubbelgevouwen.

Zelfkant
Dit is de afgewerkte rand van de stof.

Stof in de breedte dubbel
Vouw de stof dubbel. De goede kanten van de stof en de zelfkanten liggen op elkaar.

Stof enkel
Leeg de stof open met de goede kant naar boven.
LET OP: dat je linker en rechterpatroondelen knipt.

Twee stofvouwen
Vouw de stof naar het midden dubbel, zodat de zelfkanten in het midden of op de gewenste breedte tegen elkaar komen te liggen. Hierdor ontstaan er twee stofvouwen.

Naden en Zomen
Meestal worden er in de patronen geen naden of zomen in verwerkt. Daarom knip je volgende naadbreedtes aan:
- 1 cm bij armsgaten aan de onderkant, naar de schouderkop verlopend tot 3 cm
- 2 cm bij de mouwkoppen
- 2 cm bij de andere naden
- 3 à 6 cm bij zomen

Al deze info vind je normaal ook in je naaitijdschrift (vb Knipmode, Burda, ...)

maandag 7 maart 2011

Maten nemen

Hieronder leg ik je even snel uit hoe je de verschillende maten kunt meten. Let wel, als je iets voor jezelf maakt, dat je dit niet alleen kunt. Je hebt dan de hulp van een 2e persoon nodig.
Om te beginnen span je zachtjes een bandje/touw om het dunste punt van je middel.

Lichaamslengte
Sta op blote voeten en met de rug tegen de muur. Meet van bovenop het hoofd tot op de grond de lichaamslengte.

Bovenwijdte
Leg de centimeter over het zwaarste deel van de borst, onder de armen door, naar de rug toe en meet de bovenwijdte. Controleer of de centimeter goed horizontaal ligt, laat de armen recht naar beneden hangen.

Onderbustewijdte
Leg het meetlint aan de onderste borstinplant horizontaal rond het lichaam.

Taillewijdte
Leg de centimeter glad over het bandje en meet de taillewijdte. Reken ongeveer 2cm extra als het bandje wat te strak zit of je niet van een strakke taille houdt.

Heupwijdte
Leg de centimeter ongeveer 18 à 20 centimeter onder de taille over het zwaarste deel van de billen en meet de heupwijdte. Let erop dat je centimeter horizontaal ligt.

Ruglengte
Meet van het knobbeltje in de hals tot halverwege het bandje in de taille de ruglengte.

Bovenarmwijdte
Leg de centimeter over het zwaarste deel van de arm.

Mouwlengte incl. schouderbreedte
Meet vanaf de halslijn over de schouder in een keer door naar 1 sm onder het polsgewricht.

Binnenbeenlengte
Sta op blote voeten met de rug tegen de muur. Meet de binnenbeenlengte, vanaf het kruis naar de grond.

Zithoogte
Ga rechtop op een vlakke stoel zitten. Meet opzij, vanaf halverwege het bandje in de taille, de zithoogte tot de stoel.

Bovenbeenwijdte
Leg de centimeter over het zwaarste deel van het bovenbeen.

Bron: Knipmode April 2010, p.28
Er is een fout opgetreden in dit gadget