woensdag 9 maart 2011

Algemene naaitermen

Hieronder vind je een aantal frequente termen die je nodig hebt om te naaien.

Doorstikken
Dit wil zeggen dat randen en naden nog een keer extra aan de goede kant gestikt worden. Het stiksel wordt meestal ca. 2mm naast de rand of nad uitgevoerd.
Als ter breedte van het stikvoetje doorgestikt wordt, dan leidt u de buitenkant van het stikvoetje naast de rand of naad die dan 5 à 7mm doorgetikt wordt.
Als het sierstiksel op een bredere afstand uitgevoerd moet worden, kunt u de geleideliniaal van uw naaimachine nemen. Sierstiksels kunnen met normaal naaigaren (enkel of dubbel) of met knoopsgatengaren uitgevoerd worden. Maak een dubbel sierstiksel met een tweelingnaald.
Er zijn verschillende manieren om door te stikken. Zo heb je het enkel stiksel, smal op de kant, dubbel stiksel en het platstikken.

Enkel stiksel: houdt de zijkant van het naaimachine voetje precies langs de naadrand. Het stiksel komt nu ongeveer 7 mm vanaf de naad/rand.
Smal op de kant: Stik 2 mm vanaf de naad/rand door.
Dubbel stiksel: Stik de naad/rand één keer smal op de kant en daarna met een enkel stiksel door.
Platstikken: Knip de naden ongelijk af. Leg daarna de naden onder het beleg of de voering. Stik het beleg of de voering smal op de kant door; hierdoor valt het beleg of de voering beter naar binnen.

Rekken
Dit kan noodzakelijk zijn om het kledingstuk in de juiste vorm te brengen. Daarbij moet een kortere rand zo ver gerekt worden, dat deze rand precies bij een langere rand past. Om de stof te rekken strijkt u de rand met het stoomstrijkijzer. Tijdens het strijken de rand tot de gewenste lengte rekken. Probeer dit eerst bij een restje stof uit.

Rimpelen
Dit wil zeggen dat een te wijd pand tot de gewenste wijdte gerimpeld wordt. Aan beide kanten van de aangegeven naadlijn een stiksel met lange steken maken. De onderdraden van de stiksels zo aantrekken, dat de rand de gewenste wijdte krijgt. De onderdraden om dwarsingestoken spelden wikkelen. De rimpels mooi verdelen. Als een gerompelde en niet-gerimpelde rand op elkaar gestikt worden, stik je altijd op de gerimpelde rand. Zo kun je steeds controleren of de rimpels netjes vastgestikt worden. Na het stikken van de naad de draden van de hulpstiksels aan de goede kant verwijderen.
Als het pand dat gerimpeld moet worden, erg breed is, dan de wijdte in meerdere stukken verdelen.

Draadrichting
De draadrichting geeft aan in welke richting de scheringdraden van de stof verlopen. De scheringdraden zijn de draden die bij het weefgetouw gespannen worden. De inslagdraden worden in dwarsrichting op deze lengtedraden verwerkt. In principe geldr: de lengtedraden van de stof komen overeen met de draadrichting van de stof. In het patroondeel op het werkblad staat de draadrichting bij een lijn of een rand aangegeven, soms met een extra pijl.
Als u het patroondeel op de stof legt, moet de draadrichting parallel aan de zelfkant van de stof verlopen.

Vleug
Bij stoffen met een pool (bv fluweel, ribfluweel, stretchfluweel, ...) liggen de haartjes van de stof in een bepaalde richting. Als u met de hand over de stof heen beweegt en er geen weerstand ontwtaat, beweegt uw hand tegen de vleug in. Ook stoffen met een opgeruwd oppervlak (bv duffel en velours) kunnen een vleugrichting hebben.
Bij stoffen met een vleug worden de patroondelen altijd in dezelfde richting op de stof gelegd.

Dubbel afwerken
Bij deze handeling worden twee panden op elkar gestikt, gekeerd en de rand meestal nog een keer extra doorgestikt. Het is de bedoeling dat de naad da de dubbele afwerking niet meer zichtbaar is. Het is heel belangrijk dat de naad smal bijgeknipt wordt, zodat deze niet naar de goede kant doordrukt: ca. 3 à 4mm breed (afhankelijk van de stof). Bij een punt (bv een V-hals) moet de naad vóór het keren tot net voor het stiksel ingeknipt worden. Rechte randen aan de binnenkant openstrijken, na het keren rijgen en nog een keer doorstikken.

Bron: Knipmode en Burda

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Er is een fout opgetreden in dit gadget